Sprinkhaan is lekker

14 april 2016


Vanavond was het eerste, van het wederom prachtig opgemaakte diner, wat we in ons mond stopten, sprinkhaan. Er was een heel bakje vol van. Het voelde vreemd om zo'n insect met al die sprietige pootjes in je mond steken. Maar meteen was het knapperig en zoet. Echt lekker. Ook de andere bakjes bevatten weer heerlijke gerechtjes. Een visje, helemaal met huid en haar gegeten, behalve de kop. Heerlijk zacht varkenslapje, bijna onherkenbaar, wit, met een bijzonder sausje. Allerlei groentes op verschillende manieren klaargemaakt. Van zout, zoet met kokos, naar zuur, en zacht gekookt. Sommige ook niet thuis te brengen, gekke vormen. Herkend heb ik courgette, tomaat, bambooscheuten, pompoen, aardappel, spinazie(?), kool, wortel. Ook tofu komt in allerlei vormen en consistenties voorbij. Meestal niet echt uitgesproken smaken. 
Een heel ander of juist hetzelfde verhaal, was het ontbijt vanmorgen. Ons eerste echte Japanse ontbijt. En wat mij betreft geen succes. De aanblik alleen riep afkeer bij me op. Hoe ging ik me hier doorheen worstelen? Het enige dat wel 'do-able'  was, leek mij het roerei en de yoghurt met framboos. Maar ook dat kon nog een valstrik zijn; misschien smaakt het wel heel anders dan ik verwachtte. De rest hoorde in mijn perceptie, bij het avondeten. Ik heb bijna alles gegeten en daarna snel een kom rijst om de smaken te neutraliseren. We spraken vanmorgen andere Nederlanders  en hij had alles samen met rijst gegeten om dezelfde reden. Ik heb als laatste de yoghurt met framboos gegeten, die waarmaakten wat ik verwachtte. 
Maar goed deze beproeving krijg ik morgen nogmaals. Rob vond het overigens wel lekker, maar die eet ook graag een Amerikaans ontbijt met worst en gebakken ei. 
De activiteit van deze dag was een deel van de Nakasendo walking lopen, shinsyu kisoji: een oude postroute. Vanwege het stijgende karakter van de heenweg zijn we op aanraden van de touristinformation met de bus naar een plaats 9 km verderop gegaan en teruggelopen. Het bleek allemaal reuze mee te vallen. Het enige dat de spanning er een beetje inhield was het idee dat er beren in dit gebied wonen. Echter bij ieder nieuw pad hing een waarschuwingsbord en een bel, met het advies de bel te luiden om de beren te verjagen. Dat deden we dus maar niet. Want gezien de drukte op het pad, leek de bel voor ons de beer alleen maar te waarschuwen dat er lekkere hapjes opgediend werden. Maar goed, geen beer gezien dus. Helaas of gelukkig?!
Het uitzicht was mooi, vooral ter hoogte van  de pas op 900 mtr met uitzicht over het Kisodal. Om het gemakkelijk te maken is er ongeveer elke kilometer of minder een 'restroom'  met vaak ook verwarmde toiletbril. Zelfs de routebeschrijving geeft de afstanden tussen de toiletten aan! 
Gelukkig waren er ook interessantere zaken te bekijken als begraafplaatsen, rijstveldjes, bamboebos en cherryblosoms. 
 

Foto’s